Herbeluister het panelgesprek gratis via YouTube.
Gelieve ons te excuseren voor de slechte kwaliteit. Door een falende livestream is er enkel een audio beschikbaar.
Terugblik: “De Bijbel, enige bron van ons geloof?!”
Op woensdagavond 6 mei 2026 vond in Brugge een boeiend en diepgaand oecumenisch panelgesprek plaats rond de vraag: “De Bijbel, enige bron van ons geloof?!”. Vertegenwoordigers uit verschillende christelijke tradities gingen met elkaar in dialoog over de plaats van de Bijbel in geloof, Kerk en dagelijks leven. De avond was een initiatief van de oecumenische werkgroep Samen rond de Bijbel in samenwerking met de Bijbeldienst van het bisdom Brugge. Moderator van de avond was Emmanuel Wybo.
Een gesprek in verbondenheid
De avond begon met een bezinning uit Romeinen 15, waarin de oproep tot eensgezindheid, wederzijds respect en hoop centraal stond. Die toon bepaalde meteen ook de sfeer van het hele panelgesprek: geen debat om elkaar te overtuigen, maar een open ontmoeting tussen christenen die zowel hun overeenkomsten als verschillen eerlijk wilden benoemen.
Op het podium zaten volgende panelleden:
- Benny Bonte is één van de vier oudsten in de evangelische gemeente "Crossroad Church Brugge".
- Stijn Vanhee was tot dit voorjaar medepastoor in de katholieke parochie van Brugge-centrum. Nu is hij pastoor in de Pastorale Eenheid Sint Godelieve Gistel-Eernegem en Oudenburg.
- Bernard Peckstadt, is aartspriester en rector van de orthodoxe parochiegemeenschap van de Heiligen Konstantijn en Helena te Brugge.
- Marcelo Reis is predikant in het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten. Momenteel is hij predikant in de Adventkerk van Brugge, Kortrijk en Antwerpen.
- Jelmer Prins is de voorganger van de pinkstergemeente ‘de Kruispoort’ in Brugge.
Wat is de Bijbel?
Vrij snel werd duidelijk dat alle panelleden de Bijbel beschouwen als méér dan een verzameling oude teksten. De Bijbel werd omschreven als het Woord van God in mensentaal, een verzameling geïnspireerde geschriften die mensen helpen om God en Jezus Christus te leren kennen.
Toch legden de verschillende tradities andere accenten. Sommigen benadrukten sterk de goddelijke inspiratie en het gezag van de Schrift, terwijl anderen meer nadruk legden op het belang van de inbedding van de Bijbel in een gelovige kerkgemeenschap. Voor de Bernard Peckstadt (Orthodoxe kerk) en Stijn Vanhee (Katholieke kerk) staat de Bijbel nooit los van de levende Traditie van de Kerk. Evangelische en pinksterchristenen benadrukten dan weer de kracht van het Woord zelf, dat geloof kan wekken en mensen persoonlijk aanspreekt.
Een historisch gegroeid boek
Het gesprek ging ook over de redactiegeschiedenis van de Bijbel. De panelleden erkenden dat de Bijbelboeken geschreven zijn in concrete historische omstandigheden, vaak jaren na de gebeurtenissen die ze beschrijven. Er werd ook erkend dat verschillen zijn tussen oudere en latere bijbelteksten; en dat er soms toevoegingen zijn aangebracht. Opvallend was dat niemand hierin een bedreiging zag voor het geloof. Integendeel: verschillende sprekers benadrukten dat inzicht in de ontstaansgeschiedenis juist helpt om de Bijbel beter te begrijpen én zo te groeien in geloof. De mondelinge overlevering, de verschillende accenten van de evangelisten en de groei van teksten doorheen de tijd werden gezien als deel van het menselijke én goddelijke karakter van de Schrift.
Verschillen in de canon
Ook de samenstelling van de Bijbel kwam uitgebreid aan bod. De verschillen tussen Protestantse, Katholieke en Orthodoxe canons van het Oude Testament werden toegelicht. Er is hier namelijk een grote, historische breuklijn. Zowel de Katholieke als Orthodoxe gemeenschap nemen de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, als uitgangspunt voor de canon. Deze kent echter verscheidene boeken meer dan de oudere Hebreeuwse brontekst, wat Protestanten als criterium voor hun canon gebruiken. Toch had Bernard Peckstadt hier een antwoord voor klaar: de Septuaginta was namelijk een veelgebruikte en wijdverspreide vertaling, die Jezus zelf ongetwijfeld ook heeft gekend.
Het resultaat van deze verschillen: de Protestantse canon telt 66 boeken, de Katholieke 73, de Orthodoxe 78 – afhankelijk van hoe je de toevoegingen telt.
Marcelo Reis gaf een interessante, persoonlijke aanvulling. Hij pleit voor een demythologiseren van de deuterocanonieke boeken, die niet in ‘zijn’ Protestantse canon staan: “Daar staan geen ketterijen in”. Reis stelt vast dat deze boeken in zijn gemeenschap vaak resoluut van de hand worden gewezen, terwijl die vijandige houding vaak overbodig is. “Je kan perfect demythologiseren, zonder te canoniseren”.
Is alleen de Bijbel gezaghebbend?
Eén van de meest opmerkelijke vragen van de avond draaide rond het begrip Sola Scriptura: is de Bijbel de enige bron van gezag voor christenen? De Protestantse panelleden hadden hier een opmerkelijk antwoord op. Zo pleiten ze voor een ‘Prima Scriptura’: er zijn namelijk naast de Bijbel nog andere bronnen om over God te spreken. Het is mogelijk om God te ontmoeten in de natuur, bij bepaalde ervaringen, enz … . Echter, de Bijbel heeft wel altijd de hoogste autoriteit: vandaar ‘Prima Scriptura’.
Jelmer Prins voegde hier nog aan toe dat initieel reformatoren zoals Martin Luther zelf teruggrepen naar niet-Bijbelse bronnen, zoals de kerkvaders (Augustinus). Zo kaartten ze de kerkelijke excessen van die tijd aan. Van ‘enkel de Schrijft/Sola Scriptura’ was de facto geen sprake!
Welke Bijbelvertaling?
Ook het thema Bijbelvertalingen zorgde voor een levendige uitwisseling. De panelleden waren het erover eens dat geen enkele vertaling perfect is. Elke vertaling maakt keuzes en balanceert tussen trouw aan de brontekst en begrijpelijkheid voor hedendaagse lezers. Verschillende vertalingen passeerden de revue: Willibrord, NBV21, HSV, Bijbel in Gewone Taal en andere. Daarbij werd benadrukt dat context belangrijk is: sommige vertalingen lenen zich beter voor studie, andere voor liturgie of verhalend lezen.
Bijzonder uitgesproken was de kritiek van Benny Bonte op de Nieuwe Wereldvertaling van Jehovah’s Getuigen. Als voormalig lid van de Jehovah’s heeft hij zelf jarenlang hun bijbelvertaling bestudeerd. Zijn conclusie is duidelijk: de Jehovah’s Getuigen passen doelbewust hun bijbelvertaling aan zodat het in lijn kan komen met hun theologie. Het is dus een corrupte bijbel! Deze theologie is bovendien bijzonder controversieel en ontkent fundamentele principes van het christendom, vastgelegd in de eerste eeuwen na Christus. Zo ontkent men de goddelijke natuur van Christus (Jezus is de vermomde aartsengel Michaël), de leer van de Drie-eenheid en de persoonlijkheid van de Heilige Geest. Bonte is formeel: “De Getuigen van Jehovah’s zijn moderne arianisten.” (Het Arianisme was een theologische stroming uit de derde en vierde eeuw, die veroordeeld werd als ketterij, nvdr.)
De Bijbel in de liturgie
De plaats van de Bijbel in de liturgie bleek sterk te verschillen tussen de tradities.
In katholieke en orthodoxe kerken is de Bijbel diep verweven met de liturgie via vaste leesroosters, psalmen en gebeden. De orthodoxe spreker omschreef de liturgie zelfs als een “weefsel van Schriftwoorden”. In evangelische en pinksterkerken ligt het accent meer op de prediking en de keuzevrijheid van de voorganger, zonder vast lectionarium. Toch bleef ook daar de Bijbel duidelijk het hart van de samenkomst.
Bijbelstudie en persoonlijke geloofsgroei
Aan het einde van het gesprek werd duidelijk hoe belangrijk persoonlijke omgang met de Bijbel voor alle aanwezigen is. Evangelische en Adventistische gemeenschappen hebben een sterke traditie van Bijbelstudie in kleine groepen. Katholieke en orthodoxe panelleden benadrukten dan weer dat Bijbellezing idealiter gebeurt binnen de geloofsgemeenschap en in verbondenheid met de Kerk.
Ondanks de verschillen deelden alle sprekers dezelfde overtuiging: de Bijbel is geen dode letter, maar een levende bron die mensen helpt groeien in geloof en in hun relatie met Christus.
Een afsluitende metafoor
De avond eindigde met een beeldrijke slotbezinning van Benny Bonte. Hij vergeleek het christendom met een eeuwenoud bos waar 27 majestueuze bomen in staan, maar evengoed ook kleinere bomen, struiken, varens en mossen. Het Nieuwe Testament werd zo vergeleken met 27 majestueuze bomen, omringd door een rijke ondergroei van kerkvaders, apocriefe teksten, mystieke geschriften en andere spirituele tradities. Die metafoor vatte misschien wel de essentie van de avond samen: christenen kijken verschillend naar de plaats van Bijbel, traditie en interpretatie, maar delen samen een diepe verwondering voor het geloof dat hen verbindt.
Het panelgesprek werd afgesloten met een warm applaus en een receptie waar bezoekers verder konden napraten met de panelleden.